Column Otto Holman
11 juni 2007

Nederland herrijst! Over het achterhoedegevecht van de regering Balkenende in Europa.

Het was me het weekje wel, voorafgaande aan het schrijven van deze regels. Maar het moet gezegd … Nederland staat weer op de kaart. Allereerst werd de wereld opgeschrikt door het barebacken op HIV-partijtjes in Groningen. Daarna mocht de verzamelde wereldpers deelgenoot zijn van de BNN-donorshow. “Typisch Nederlands” was de reactie, ook nadat bleek dat het allemaal doorgestoken kaart was. Vervolgens zagen we de beelden van Jaap de Hoop Scheffer op de Bush Ranch in Crawford, Texas. Vrijwel identiek aan de muis die samen met de olifant over een brug loopt (“wat stampen we samen, hè”), sprak onze Jaap de historische woorden “we are in a different moral category”. Zo is het maar net Jaap. En dan als slotakkoord in meer dan een week Holland-promotie de rondreis van premier Balkenende langs de hoofdsteden van de Europese Unie. De gewiekste onderhandelaar ging in het buitenland het lijstje met acht wensen van de Nederlandse regering uitleggen. Een uitgekleed Grondwettelijk Verdrag zonder verwijzing naar vlag en volkslied, zonder het Handvest van Grondrechten, zonder ook een Europese minister van buitenlandse zaken, maar met een versterking van de rol van nationale parlementen en met harde eisen voor toekomstige toetreders. In een redactioneel commentaar verzuchtte het NRC Handelsblad dat de Nederlandse regering “zoveel bezwaren (etaleert) tegen het Europese project dat de gelijktijdige verdediging van datzelfde project nauwelijks geloofwaardig genoemd kan worden”. Om het allemaal nog erger te maken, zetten minister van buitenlandse zaken Maxime Verhagen en staatssecretaris voor Europese Zaken Frans Timmermans de binnenlandse discussie op scherp door te verklaren dat een ‘nee’ bij een tweede referendum over het Europese Verdrag Nederland buiten de Europese Unie zou plaatsen.

Men kan zich met recht afvragen of de Nederlandse regering wel iets heeft geleerd van het recente verleden. Immers, één van de redenen voor het echec tijdens het eerste referendum was de negatieve toonzetting in de ja-campagne van de (toenmalige) regering. In plaats van de nadruk te leggen op de voordelen die 50 jaar Europese integratie ons land heeft gebracht op het gebied van welvaart en stabiliteit, werd het nee-kamp stelselmatig in een kwaad daglicht geplaatst. Impliciete verwijzingen naar de Holocaust vormden het meest onsmakelijke dieptepunt in deze campagne. Nadat een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking zich had uitgesproken tegen het Grondwettelijk Verdrag, vlogen de hele en halve beloftes als kippen over de soep. Er werd opgeroepen tot een brede maatschappelijke discussie over Europa, een periode van bezinning werd ingeluid, maar twee jaar later moet geconstateerd worden dat van dit al dramatisch weinig terecht is gekomen. De huidige regering probeert via geheime diplomatie te redden wat er te redden valt en weet ondertussen het binnenlandse gehoor niet anders te bespelen dan via bangmakerij.

De vraag is natuurlijk waar dit alles toe zal leiden. Zal Nederland op de Europese top van 21 en 22 juni a.s. zijn zin krijgen en de huidige verdragstekst weten af te slanken op basis van voornoemde punten? Of zullen de 18 lidstaten die het verdrag inmiddels hebben geratificeerd voet bij stuk houden en Nederland voor een voldongen feit plaatsen: acceptatie of isolement? Het zal allemaal wel niet zo’n vaart lopen en vermoedelijk zal een nieuwe intergouvernementele conferentie worden opgestart die dan begin 2008 met een compromisvoorstel moet komen. Maar hoe de paarden ook zullen lopen, het leed is geschied. Nederland staat buiten spel in Europa en is afhankelijk van wat andere landen zullen besluiten. Zo bezien is het diplomatieke offensief van de regering vooral een achterhoedegevecht en komt het eisenpakket van acht punten enigszins potsierlijk over.

Van de herijking van het Nederlandse Europabeleid die in het midden van de jaren negentig werd ingezet is vrijwel niets meer over. Toen heette het dat Nederland de bilaterale betrekkingen met Frankrijk en Duitsland moest verbeteren om langs deze weg een ferme positie binnen een toekomstige kop- of kerngroep van lidstaten te verwerven. Een geïsoleerde positie in een onduidelijke staartgroep is het netto resultaat. Dit is overigens mede het gevolg van het gedrag van de grote lidstaten die meer dan in het verleden hun nationale belangen onderling wensen af te stemmen. De nationale, eurosceptische reflex van de huidige Nederlandse regering is deels een reactie hierop en deels de meest contraproductieve strategie om de Europese zaak ten positieve te keren.

Mail Otto Holman