Column Sanne de Lint
25 juni 2007
Het Europees Hof van Justitie: een hulpmotor voor de Europese integratie?

Bij de hernieuwde discussie over de Europese Grondwet, laaien de klachten over het democratisch tekort van de EU werderom op. Natuurlijk kan en moet de EU een stuk democratischer. Misschien zou er wel een gekozen Commissie moeten komen, zou het Europees Parlement meer macht moeten krijgen of zouden de nationale parlementen door middel van een veto hun zegje moeten kunnen doen over de EU wetgeving.

Maar hoe dan ook, de discussie over het democratisch tekort richt zich nooit op het Europees Hof van Justitie. Dit is niet verwonderlijk, want het Europees Hof van Justitie is bij uitstek geen democratische instelling, net zoals een nationale rechtbank dit in Nederland ook niet is. De rechters van het Europees Hof van Justitie worden niet door de burgers gekozen, maar benoemd door de lidstaten.  Daarnaast hebben de andere instellingen niet de macht het Hof te controleren. De enige mogelijkheid hiervoor is een verdragswijziging door alle 27 lidstaten, maar dit is natuurlijk niet gemakkelijk te bewerkstelligen. Dit is aan de ene kant maar goed ook, want de rechterlijke macht hoort onafhankelijk te zijn. Van het Hof wordt dan ook verwacht dat zij instellingen en lidstaten tot de orde kunnen roepen als zij de regels overtreden, waarbij een directe controle van de instellingen en lidstaten deze macht van het Hof dit zou tegen kunnen werken.  

Maar het feit dat het Hof niet democratisch gekozen wordt en de controle erop moeilijk is, wordt opeens wel een probleem als het Hof op de stoel van de wetgever gaat zitten. Hiermee bedoel ik dat het Hof het Europees Recht op zo’n manier interpreteert dat het recht schept op een manier die niet meer duidelijk in lijn kan worden gezien met de wens van de makers van deze wetten (de lidstaten of EU instellingen).

Een voorbeeld hiervan is te vinden in de rechtspraak van het Hof op het gebied van Europees burgerschap. Het Europees burgerschap is opgenomen in het EG-verdrag bij de introductie van het Verdrag van Maastricht in 1992. Bij de ratificatie van dit verdrag stemden de Denen in een referendum tegen dit Verdrag, waardoor zij in de onderhandelingen die volgden eisten dat de betekenis van het Europees burgerschap zou worden verkleind. Hierdoor werd vastgelegd dat het Europees burgerschap aan alle nationale burgers van de lidstaten toekomt en aanvullend is op, maar niet vervangend is voor het nationaal burgerschap.
Bij de introductie van dit begrip, werd het vooral gezien als een symbolisch concept: er werd niet gedacht dat jaren later het Hof dit Europees burgerschap tot “de fundamentele status van iedere nationale burger van de lidstaat” zou verheffen.

De lidstaten hadden bij de introductie van dit begrip waarschijnlijk niet verwacht dat ruim 10 jaar later Engeland de Franse jongen Bidar die daar ging studeren en studiefinanciëring aanvroeg, op grond van zijn “fundamentele status als Europese burger”  dit niet kon weigeren.

Het Hof blijkt dus het belang van het Europees burgerschap breder te interpreteren. Voor de introductie van het Europees burgerschap konden alleen economisch actieve burgers (bijvoorbeeld werknemers) zich beroepen op bepaalde rechten uit het Verdrag zoals non-discriminatie ten aanzien van sociale voorzieningen,  maar nu kunnen ook grote groepen economische niet-actieve burgers (zoals studenten) door het Europees burgerschap zich hierop beroepen.

Dat het Hof deze scheidslijn loslaat en daardoor Europese burgers gelijke toegang geeft tot sociale voorzieningen als de nationale burgers, wordt door sommige lidstaten als een nachtmerrie beschouwd. Lidstaten met een vrij hoog niveau van sociale voorzieningen, zoals Nederland, vrezen namelijk voor het zogenaamde “welvaart”toerisme, waarbij EU-burgers naar Nederland komen voor de goede voorzieningen, zonder hieraan mee te betalen. Dit heeft dan enorme financiële gevolgen voor een lidstaat.

Wat je dus ziet is dat niet alleen het Hof de Verdragstekst ten aanzien van het Europees burgerschap meer inhoud geeft dan slechts haar oorspronkelijke symbolische betekenis, het ook ontzettende veel gevolgen heeft voor EU burgers en lidstaten. Hierbij is het de vraag of het Europees burgerschap nog wel zo aanvullend is als het Verdrag zegt.

Het Hof kan een begrip zoals dit zoveel ruimer interpreteren, omdat de Europese verdragen vaak vaag zijn. Dit heeft uiteraard te maken met het feit dat een verdrag een compromis is tussen alle lidstaten, waarbij een vage tekst nog voor alle lidstaten acceptabel is, door de mogelijkheid tot een voor ieder verschillende uitleg.  

Is het nu zo erg dat het Hof in dit soort gevallen de belangen van de “zielige” Europese burger beschermd ten opzichte van de lidstaat? Je zou kunnen zeggen van niet, want in zo’n individueel geval lijkt het ook onredelijk dat een jongen die al enige tijd in Engeland woont en al zijn familie daar heeft wonen, geen recht zou hebben op dezelfde studiefinanciering die zijn Engelse medestudenten wel krijgen.

Wordt dit anders als door zo’n uitspraak lidstaten gedwongen worden tot verdere harmonisering van bijvoorbeeld de nationale studiefinanciering stelsels? Ook als het Hof zich hiermee begeeft op her terrein van onderwijs, waar de EU volgens het Verdrag slechts ondersteunende bevoegdheden heeft? Is het dan niet een ander verhaal?

Soms niet, soms schreeuwt de stilstaande EU integratie om een belangrijke impuls en kan het Hof net dat zetje geven dat het nodig heeft.

Maar soms is dit misschien niet wenselijk en veel belangrijker: je kan betwisten of het Hof wel de juiste instelling is om dit zetje te geven. Het Hof is immers, zoals gezegd, geen democratische instelling: de burger heeft geen invloed op de benoeming van de rechters en kan deze ook niet ter verantwoording roepen.

De legitimiteit van het Hof kan zelfs in geding komen als het te verregaande uitspraken doet. Het Hof blijft uiteindelijk toch in grote mate afhankelijk van de lidstaten voor de omzetting van Europees recht in nationaal recht en de handhaving en uitvoering hiervan. Je ziet dan ook, dat het Hof vaak net op het randje balanceert van wat nog een acceptabele interpretatie is.

Er vindt soms een duidelijke interactie tussen de nationale rechtbanken en het Europees Hof van Justitie plaats, waarbij het Hof toch lijkt te luisteren naar ernstige bezwaren van de verschillende nationale rechtbanken.

Veel burgers zullen zich misschien niet realiseren wat de invloed van het Hof op de Europese integratie is en is geweest, maar dit betekent niet dat het een ondergeschikte rol heeft. Dat je als Nederlander binnenkort veel makkelijker je studiefinanciëring mee kan nemen naar het buitenland, is het gevolg van de uitspraak van het Hof in de zaak over de Franse jongen Bidar. Ook de rol van het Hof moet dus naar mijn mening in de gaten gehouden worden, temeer omdat de democratische legitimiteit ontbreekt. In een nieuw verdrag, dat dan waarschijnlijk niet meer Europese Grondwet heet zullen voor het Hof waarschijnlijk weer genoeg “vage” bepalingen te vinden zijn die ruimer te interpreteren zijn en verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor EU burgers en lidstaten.

Mail Sanne de Lint
 

 Eenheid in België

20 november 2007


Ondertussen bij onze zuiderburen.........

 

Vorige week zag ik een gedeelte van de betoging van 35.000 Belgen die opkwamen voor het behoud van de eenheid in hun land. Het merendeel van de betogers waren Walen die wilden laten zien dat zij tegen een splitsing België zijn. 177 jaar België is iets wat sommigen niet willen opgeven. De organisator van deze ‘Mars voor de Eenheid’ Marie-Claire Houard stelde in een petitie dat België te klein is om nog in kleine stukken te worden verdeeld vooral in het huidige Europa. De tegenstellingen tussen Vlamingen en Walen zijn verscherpt door de slepende kabinetsformatie. Het Europese record voor de duur van een kabinetsformatie ligt nu nog in Nederlandse handen, maar de Belgische politici doen flink hun best dit record te breken.  

 

Toen de menigte Belgen, zwaaiend met Belgische vlaggen gekleed in zwart, geel en rood aan mij voorbij trok realiseerde ik me weer hoe fragiel begrippen als eenheid en verbondenheid zijn in tijden van crisis. Als in een klein landje als België de eenheid ver te zoeken is, hoe moet dat dan in een Europa met 27 lidstaten?

 

De tegenstellingen waar België op dit moment mee te maken heeft zijn groot. Het is de tegenstelling tussen het arme Wallonië en het rijke Vlaanderen. Het is het verschil in taal, Frans versus Vlaams. Zo zie je hoe deze verschillen in tijden van crisis tot grote onvrede kunnen leiden.

 

Hoe zal het aflopen met België? Is dit slechts een golf van onvrede? Een gevoel van onvrede dat de kop in wordt gesmoord als er eenmaal een nieuwe regering zit? Of is het een dieperliggend en langdurig probleem wat eventueel zal leiden tot een splitsing van het land? Wat gebeurt er dan met het arme Wallonië? En met Brussel als hoofdstad, tevens natuurlijk de hoofdstad van de EU? Feit is dat 63 procent van de Vlamingen verwacht dat België op den duur uit elkaar valt en zelf 44 procent wenst dat ook.

 

Het creëren en behouden van eenheid kan je niet van bovenaf opleggen. Als het gevoel van eenheid niet bij de bevolking leeft, kan je er nog zulke mooie woorden, vlaggen of andere symbolen tegen aan gooien: het zal niet veel helpen. Daar zit als het gaat om Europese eenwording nog wel eens een kloof tussen de burger en de politiek. 

Koningin Beatrix schreef dit weekend in haar voorbeschouwing bij 'Paleis Europa. Grote denkers over Europa' dat de voortschrijdende Europese eenwording de betrokken landen niet ontslaat van de plicht te blijven spreken over de gemeenschappelijke idealen en uitgangspunten en dat discussie nodig is om de gemeenschappelijke ambities van Europa te bepalen. Ook in België zal waarschijnlijk nog lang discussie nodig om ondanks de grote tegenstellingen te komen tot gemeenschappelijke ambities en idealen, die bij de bevolking ook gehoor krijgen.

 

Om al deze redenen is het interessant de ontwikkelingen bij onze zuiderburen te volgen. We kunnen er veel van leren, niet alleen over de moeilijkheden die er zijn bij het creëren en behouden van eenheid, maar ook hoe om te gaan met tegenstellingen die niet alleen op nationaal maar ook op Europees niveau spelen.